Hoe waardeer je gebouwen op prestatie en hoe weegt dit mee in het LTHP?
Het ontbrak Nederland aan een genormaliseerde methode voor het vaststellen van functionele prestaties voor de utiliteitsbouw, zoals kantoren, scholen, zorggebouwen, enzovoorts.
Hierbij gaat het om de kwalitatieve waarderingsmethodiek waarbij de functionele prestatie van bestaand vastgoed wordt vergeleken met de functionele eisen van de organisatie. Deze methodiek is uiteengezet in de norm NEN8021:2014. Het doel is dus om gebouwen eenduidig en uniform benoembaar en waardeerbaar te maken ten aanzien van de functionele waarde of gebruiksprestaties. Huisvestingseisen en -wensen worden vergeleken met de actuele prestatiescore van een gebouw.

Waardering gebruiksprestatie
De gebruiksprestatie wordt gewaardeerd op de volgende 8 KPI aspecten:
- Bereikbaarheid: toegankelijkheid/ontsluiting/stalling
- Comfort: licht/lucht/temperatuur/geluid/bediening/uitzicht
- Duurzaamheid: energie
- Flexibiliteit: indeling en omvang
- Ruimtegebruik: benutting en werkplekconcept
- Representativiteit: architectuur, monument en verschijning
- Veiligheid: sociaal en beveiliging
- Voorzieningen: gebouw, sport, ICT, sanitair, opslag, schoonmaak en overig
Van ieder KPI-aspect wordt het gewenste gebruikersprofiel vastgesteld en vergeleken met de vastgestelde waardering in of van het gebouw. Daarnaast is inzichtelijk wat het belang is en welke relevante normen en meetmethodes van toepassing zijn.
Het geeft u inzicht in de stand van zaken en ondersteunt u de organisatie in de besluitvorming of gewenste maatregelen die genomen dienen te worden.